Ridder Chevalier de Méré (eind 17de eeuw) wedde met succes dat hij in 4 worpen met
een dobbelsteen minstens één zes zou gooien (spel A). De kans daarop is namelijk ietsje groter
dan 0,5 (nl. 0,5177) terwijl zijn verwachting 4/6 = 2/3 was.
Ook probeerde hij spel B uit: na 24 worpen met twee dobbelstenen hoopte hij minstens één dubbelzes
te gooien met dezelfde kans (immers, de verwachting is hetzelfde: 24/36 = 2/3). Tot de Méré's teleurstelling
bleek de kans op succes in spel B iets kleiner dan 0,5 te zijn. De wiskundige Pascal toonde dit aan en ontwikkelde
zo een van de eerste kansmodellen.
Na een suggestie van Ton van den Berg ontstond het programma PASCMERE om de spellen A en B 100 keer te simuleren.
Een raadsel blijft, hoe de Méré zo snel heeft kunnen constateren dat spel B ongunstiger was dan spel
A. De volgende simulatie wijst bijvoorbeeld eerder op het tegendeel!