In opdracht 1 achtervolgen de punten P (startend in O(0,0) met een snelheid 1) en Q (startend
in A(1,0) met snelheid 0,75) elkaar, linksom lopend over een eenheidsvierkant OABC.
In opdracht 2 achtervolgen de punten P (startend in P(1,0) met een snelheid 1) en Q (startend in Q(0,1) met snelheid
0,75) elkaar , linksom lopend over een eenheidscirkel.
In beide gevallen wordt een functievoorschrift gevraagd van de (hemelsbrede) afstand PQ en een grafiek van die
afstand, uitgezet tegen de tijd. De uiterste waarden van PQ zijn gemakkelijk te bepalen via CALC 3:minimum
en CALC 4:maximum.