<<<
P2.
PRBLEEM2.83P
> >>
De punten P en Q bewegen langs een (kromme) baan. Hun onderlinge afstand varieert met de tijd en kan geoptimaliseerd worden. Tevens wordt de baan getekend van punt Q, gezien vanuit punt P (de verbindingsvector).
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.